Wrokende geesten en passie onder het maanlicht van een regenachtige nacht, het hoogtepunt van de klassieke Japanse spookverhalen (kaidan).
"Ugetsu Monogatari" is een meesterwerk van de yomihon-spookverhalen uit de late Edo-periode. Gebruikmakend van Chinese volksverhalen, Japanse klassiekers, boeddhistische causaliteit en lokale legendes, beschrijft het bovennatuurlijke verhalen over de interactie tussen mensen en geesten, verlangen en vergelding, en liefde en obsessie. De verschrikking is vaak verweven met een elegante schrijfstijl en diepe menselijke emoties, waardoor het een cruciale bron is geworden voor de latere Japanse griezel- en fantasyliteratuur.
Ueda Akinari werd geboren in 1734 in Osaka en werd op jonge leeftijd geadopteerd door een koopmansfamilie. Als kind leed hij aan pokken, wat leidde tot blijvende schade aan zijn vingers. Als volwassene was hij actief in de handel en de geneeskunde, en hield hij zich bezig met nationale studies (kokugaku) en haikai-poëzie. In 1776 publiceerde hij "Ugetsu Monogatari". Hij combineerde het dagelijkse leven met klassieke eruditie en een macabere verbeeldingskracht, waardoor hij legendarische verhalen kon schrijven die zowel archaïsch elegant als psychologisch indringend zijn.
De relatie tussen "Ugetsu Monogatari" en Akinari is die van een representatief werk waarin hij een leven lang aan geleerdheid en existentiële onrust heeft omgezet in de kunst van het spookverhaal. In moderne termen kan het worden gezien als een belangrijke voorloper van de werken van Natsuhiko Kyogoku, Fuyumi Ono, en de Japanse monsterromans en horrorfilms. De verfilming van Kenji Mizoguchi bewees eveneens dat de subtiele esthetiek van het werk over verschillende media heen blijft schitteren.
Miva, de volgende manier van lezen na het luisterboek
Luister zoals bij een luisterboek en stel op elk moment al je vragen.
Start Miva's verhaalMiva leest niet alleen voor. Miva blijft uitleggen op basis van jouw vragen.